31-08-2022

RHENOY • Rutger van Stappershoef kijkt tevreden. De afgelopen drie jaar zijn er in alle kernen van West Betuwe kernagenda’s tot stand gekomen. Van Stappershoef: “Daarmee is een stevige basis gelegd. We hebben als gemeente nu een goed en groeiend netwerk in elke kern. We weten wat er leeft en waar behoeften liggen. Daar gaan we mee aan de slag.” 
Hij vervolgt: “Maar we begrijpen ook dat er nu boter bij de vis verwacht wordt. En daar zorgen we voor. Steigers in de dorpen aan de Linge, een mountainbike route, klompenpaden en dorpsommetjes in de kernen, sportieve en cultuurhistorische routes: er wordt aan gewerkt of ze liggen er al. En we helpen voorzieningen te verduurzamen. De raad heeft miljoenen uitgetrokken voor projecten die in de kernen in concrete behoeften voorzien.”
Van Stappershoef: “Het is mooi om te zien hoe mensen in de kernen enorm betrokken zijn bij elkaar en bij hun woon- en leefomgeving. Dat heeft geleid tot de kernagenda’s. Het is de sociale kracht van de kernen en als gemeente willen we daarmee werken. Daar zit veel energie in en dat is belangrijk als je gaat samenwerken en in de kernen gaat investeren. Bij deze mensen begint het en daarom spelen we er zoveel mogelijk op in.” 

Luisteren
Hij komt met een voorbeeld. In gemeenteland waren en zijn er veel grote beleidsprogramma’s; ze worden in het gemeentehuis opgesteld. Daarna mag iedereen er wat van vinden en over zeggen. Maar dan wordt het over de dorpen uitgerold. Van Stappershoef: “Het is een technocratische benadering met als resultaat een bijna opgelegd verhaal van bovenaf. Maar de gemeente is er voor en met mensen!”
“Er is dus een andere benadering nodig. Neem nou klimaatadaptatie. Er zijn meer hittegolven, we hebben het net weer ondervonden. Dan kun je op het gemeentehuis allerlei maatregelen verzinnen en dat gebeurt ook. Maar als dan vanuit de kern gevraagd wordt om een bomenlaantje bij de seniorenwoningen, dan gaan we dat wat mij betreft eerst doen. De mensen daar weten wat het belangrijkste is. Dat stimuleert mij omdat ik zie dat mensen in een kern samen betrokken zijn bij elkaar, het dorp en de gemeente. Omgekeerd ervaren de inwoners dat er vooraf naar ze geluisterd wordt, dat hun deskundigheid en enthousiasme er toe doen. Dat ze invloed hebben op de kwaliteit van hun woonomgeving.” 

Doorontwikkeling
Maar het is nog maar het begin. Het college gaat deze bestuursperiode alle kernen af. Het gesprek zal gaan over de uitwerking en doorontwikkeling van de huidige kernagenda. Die geeft immers inzicht in de concrete behoeften en kansen in de kern. Van Stappershoef: “In de begroting zijn miljoenen vrijgemaakt om in die behoeften te kunnen voorzien.” Maar ook de vakwethouders gaan mee. Steeds minder zal hun beleid in het gemeentehuis worden opgesteld en vanuit daar over de kernen worden uitgerold. Steeds meer wordt in overleg met de kernen bekeken wat de gemeentelijke afdelingen, uiteraard binnen wettelijke kaders, vanuit hun domein het beste kunnen bijdragen.

Ideaal
Hoe zou het als het aan hem ligt er over tien jaar aan toegaan? Wat is zijn ideaal? Hij kijkt tegelijk serieus en bevlogen: “Dan staan nog altijd onze kernen centraal. En ik wil graag toewerken naar een basis voor een gezonde generatie. Er is een groene, gezonde leefomgeving met voldoende mogelijkheden voor ontspanning en vermaak. Er is een gezond verenigingsleven en een goed voorzieningenniveau.
Van groot belang is een rijk cultureel vrijetijdsaanbod; cultuur, kunst en cultuurhistorie. Er zijn aantrekkelijke routes, speeltuinen en beweegactiviteiten.” In zijn ogen zijn sport, cultuur en recreatie van doorslaggevend belang: “Dat zijn niet gewoon leuke dingen voor de mensen. Ze zijn cruciaal. Voor een sociale en gezonde gemeenschap in elke kern. Ik zou willen dat West Betuwe in 2025 sportgemeente van het jaar is in Nederland. Dan ligt er een stevig sociaal fundament onder de kernen.”

Bron: Het Kontakt